Categorieën
Belasting

Box 3: sparen en beleggen & hoe rijken rijker worden

Zoals beschreven in mijn vorige post over de marginale belastingdruk op arbeid, kent Nederland verschillende belastingboxen. Verschillende manieren van inkomen worden op verschillende manieren belast. Box 1 heeft te maken met belasting op inkomen uit werk en eigen woning, box 2 met aanmerkelijk belang (met name relevant voor ondernemers) en box 3 betreft belastingen op sparen en beleggen. Veel mensen denken dat een euro verdiend met de verhuur van een huis (meestal box 3) op dezelfde wijze belast wordt als een euro verdiend met werk (meestal box 1), maar dat is niet zo. In deze blog leg ik uit hoe dat kan en waarom het huidige systeem naar mijn idee ongewenste gevolgen heeft: het werkt vermogensongelijkheid in de hand.

Voor veel jongeren zal box 3 niet de meest bekende zijn, simpelweg omdat je best wel wat geld moet hebben voordat je er mee te maken krijgt. Het “heffingsvrij vermogen” is namelijk €50.000, wat betekent dat je vermogen ( = bezittingen (exclusief eigen huis, want box 1) minus je schulden (exclusief hypotheek, want box 1) ) minstens €50k moet zijn voordat je belasting gaat betalen in deze box. Je eigen huis en je hypotheek tellen dus niet mee. Wat wel telt is hoeveel geld je in aandelen, vastgoed (anders dan je eigen huis) of spaargeld hebt zitten. Hoe box 3 werkt vanaf dit jaar, wordt hieronder uitgelegd.

Figuur 1: Box 3 belasting 2021

Zoals hierboven uitgelegd wordt, betaal je via een vast percentage (forfaitair rendement) afhankelijk van hoe rijk je bent belasting over je vermogen en (heel belangrijk!) betaal je dus geen belasting over wat je echt verdient met je vermogen. Dat vaste percentage (forfaitair rendement) wordt vervolgens altijd tegen 31% belast (zie figuur 1 rechtsonder). De belastingdienst kijkt simpelweg op 1 januari hoeveel geld je hebt en vervolgens kun je uit bovenstaand overzicht afleiden wat je moet gaan betalen. Laat dat even bezinken, want het heeft belangrijke implicaties voor hoe mensen hun geld beleggen.

Laten we er voor nu van uitgaan dat je geen schulden in box 3 (in de vorm van leningen) hebt, maar wel €200.000 op je spaarrekening. Dan betaal je belasting op de volgende manier:

  1. De eerste €50.000 is vrijgesteld.
  2. Over de tweede €50.000 betaal je 1,90% * 31% = 0,589% oftewel €50.000 * 0,589% = €294,50
  3. Over de laatste €100.000 betaal je 4,50% * 31% = 1,395% oftewel €100.000 * 1,395% = €1.395.

In totaal betaal je dus over een vermogen van €200.000, €1.689,50 per jaar aan belasting wat neer komt op ongeveer 0,84% (€1.689,50 / €200.000). De belastingdienst gaat ervan uit dat je meer geld maakt als je geld hebt en heft om die reden met een vast (en dus fictief) percentage belasting op vermogen: de vermogensrendementsheffing. Nogmaals: je betaalt dus altijd belasting als je meer dan €50.000 hebt, ongeacht of en hoeveel je echt verdient met je vermogen. Ook als je verlies maakt, moet je gewoon betalen.

Sparen loont niet langer

Het feit dat niet het werkelijke rendement, maar een vast fictief percentage wordt gebruikt om belasting te heffen op vermogen, heeft een aantal gevolgen. Ook als je spaart en nauwelijks rente ontvangt, moet je namelijk belasting betalen. Waar vroeger de rentes hoog genoeg waren om er geld aan over te houden, is dat al jaren niet meer het geval. Voor de die-hard spaarders betekent dit dat ze meer belasting betalen (0,84% bij €200.000 dus) dan wat ze aan rente (0,05% met wat geluk) ontvangen, iets wat veel spaarders (en de hoge raad) niet kunnen waarderen. Sommigen spreken zelfs van diefstal door de belastingdienst.

Naast de belastingdienst is er ook nog de Europese Centrale Bank die met de lage rente de economie op gang wil houden. Door de rente laag te houden, proberen ze de inflatie richting de 2% te krijgen. De rente houden ze laag zodat mensen en bedrijven goedkoop aan geld kunnen komen, daardoor geld uitgeven en zo de economie draaiend houden. Die 2% inflatie halen ze voor de eurozone niet altijd, maar de afgelopen 3 jaar kwamen we in Nederland zeker bij een jaarlijkse inflatie van 1.5% in de buurt. Bij €200.000 zou het verlies van deze spaarder voor een jaar zoals afgelopen jaren waarin sprake was van lage rente en gemiddeld 1.5% inflatie dus neerkomen op:

€200.000 * 0,05% rente = €100 +

€200.000 * 1.5% inflatie = €3.000 –

€1.689,50 vermogensbelasting – (zie eerdere berekening)

€100 rente – €3.000 inflatie – €1.689,50 belasting = – €4.689,50.

Nu is inflatie niet een heel zichtbaar fenomeen en bovendien altijd op dezelfde manier aanwezig voor iedereen, ongeacht of je nou wat doet met je geld of niet. Voor spaarders is er inflatie, voor beleggers, voor jullie, voor mij, voor iedereen. De inflatie is met andere woorden voor elke situatie gelijk. Wat inflatie wel doet, is meer druk op de ketel zetten voor mensen die niks met hun geld doen, omdat je geld elk jaar minder waard wordt. Vandaar dat ik deze toch wilde benoemen.

Een spaarder gaat er (zonder inflatie) dus bijna €1.600 op achteruit in het huidige stelsel. Niemand wil natuurlijk dat zijn/haar vermogen minder wordt, al helemaal niet door keuzes van de overheid en de ECB. Vermogende mensen moeten om verliezen zoals hierboven te voorkomen op zoek naar rendement en komen uit bij twee vormen van bezit die (mede daardoor) de laatste tijd erg in prijs zijn gestegen: aandelen en huizen.

Geld maakt geld, met dank aan het belastingstelsel

In Nederland komen veel starters (met name in grote steden) maar moeilijk aan een huis. Naast te weinig nieuwe woningen, is één van de redenen is dat beleggers een actievere rol zijn gaan spelen. Steeds meer mensen komen er achter dat ze geen belasting over huurinkomsten, dividend of waardestijging van vastgoed en aandelen hoeven te betalen als ze investeren: ze betalen immers al belasting (in de vorm van een vast percentage) over de totale waarde van hun vermogen. Wat je dan verdient met dat vermogen, doet er niet langer toe. De rekensom is dan snel gemaakt: met alleen al huuropbrengsten en dividend behaal je tegenwoordig meer rendement dan met sparen en je kunt (misschien) nog profiteren van de waardestijging van een tweede huis of aandelen. Tel je de opbrengsten van dividend/huuropbrengst en waardestijging van aandelen/huizen bij elkaar op, dan was een rendement van 5% op jaarbasis zeker haalbaar de laatste 5 jaar. Bijvoorbeeld zo als je in 2020 een appartement kocht als belegger:

Investering

€187.500 appartement

Eenmalige kosten koper (geschat 6 a 7%): €12.500

Totale investering: €200.000

Opbrengsten

Huuropbrengst: 12 * €800 per maand = €9.600

Geschatte waardestijging vastgoed op basis van afgelopen jaren: minimaal 5% per jaar over 2017 – 2020 = 5% * €175.000 = €8.750

Totale opbrengsten: €18.350

Kosten

Jaarlijke kosten onderhoud, VVE etc. (geschat): €4.500

Onroerende zaak belasting (OZB) geschat: 0,18% * €185.000 = €333

Totale kosten: €4.833

Rendement (in plaats van rente)

€18.350 – €4.833 = €13.517 winst per jaar (onbelast)

€13.517 / €200.000 * 100% = 6,8%

In plaats van €100 per jaar rente die de spaarder kreeg bij €200.000, krijgt deze belegger €13.517 per jaar met het verhuren van een appartement. Maar omdat je vermogen belast wordt in box 3 is huuropbrengst onbelast, dividend – als je aandelen hebt – onbelast en ook eventuele winst op waardestijging van vastgoed of aandelen onbelast.

En nou nog een leuk voordeeltje voor deze vastgoedbelegger: de belasting verandert niet of nauwelijks en wordt in sommige gevallen zelfs minder. Gemeenten stellen jaarlijks de WOZ-waarde vast en deze kun je gebruiken om aan te tonen hoeveel je pand waard is. Als de gemeente de woningwaarde op €185.000 (aankoopprijs) schat, wordt de vermogensbelasting minder en krijgt ie dus een belastingkorting van:

(€200.000 – €185.000) * 4.5% * 31% = €209,25.

Ten opzichte van het rendement wordt de box 3 belastingdruk dan:

(€1.689,50 – €209,25) / €13.517 * 100% = 10,69% (erg laag, als je dit vergelijkt met belasting op arbeid)

Natuurlijk is de waardestijging van 5% geschat, maar wel realistisch op basis van de laatste jaren. De waardestijging heb ik meegenomen in de berekening voor rendement, maar wordt pas gerealiseerd als het pand weer verkocht wordt. Die winst (of verlies) is net als huuropbrengsten voor eigen rekening en is dus netto, vandaar dat je ook dat als rendement kan zien. Logisch dus dat mensen huizen kopen voor de verhuur. Je zou zelfs kunnen stellen dat ze door de overheid gedwongen worden hun geld te investeren omdat ze hoe dan ook belasting moeten betalen, of ze nou geld verdienen met hun vermogen of niet.

In het voorbeeld ben ik uitgegaan van iemand die €200.000 beschikbaar had, maar dat is niet eens nodig. Er zijn namelijk aanbieders van commerciële hypotheken waar je geld kunt lenen voor een verhuurpand. Je moet dan minimaal zo’n 30% (in dit geval dus €60.000) eigen geld meenemen. Ook is de rente wat hoger dan bij een normale hypotheek, wat ten koste gaat van je winst. Er zijn beleggers die zulke hypotheken afsluiten en vervolgens meerdere panden kopen, waardoor de huurder (die misschien zelf wel wil kopen) eigenlijk de rente en aflossing van de verhuurder betaalt. Hoe wenselijk je dit vindt, mag je zelf bepalen.

Overdrachtsbelasting to the rescue?

Bij het kopen van vastgoed (ongeacht of je dat in box 1 of box 3 doet), moet je overdrachtsbelasting betalen over de aankoopprijs. Tot en met 2020 was deze overdrachtsbelasting 2% voor iedereen, waardoor de mensen met geld de starters makkelijk konden aftroeven. Voor de verkoper wel makkelijk namelijk als iemand je huis wil kopen en daarvoor niet eerst naar de bank hoeft maar gewoon gelijk €200k kan overmaken. Gelukkig wordt er nu onderscheid gemaakt tussen starters (0%) en beleggers (8%). Op een huis van €200.000 betekent dit een eenmalige extra kostenpost van €16.000 voor iemand die een huis als belegging koopt. Hopelijk geeft dit starters wat meer mogelijkheden, maar het kan ook zijn dat beleggers doorgaan met opkopen (de enige andere optie is eigenlijk aandelen) en de extra 8% overdrachtsbelasting in de huurprijs verwerken.

Conclusie

Al met al hebben we gezien dat de huidige inrichting van box 3 mensen “dwingt” om rendement te maken. Daarbij is de belasting gebaseerd op je vermogen en dus losgekoppeld van wat je daadwerkelijk verdient. De rente is laag dus komen beleggers in het vaarwater van starters terecht, die – in plaats van kopen – moeten blijven huren. In feite betalen deze huurders de aflossing van de al relatief rijke beleggers, wat zorgt voor een grotere vermogensongelijkeheid.

Persoonlijke noot: een betere optie zou zijn om elke euro – ongeacht hoe je die verdient – op dezelfde wijze te belasten. In de uitleg in figuur 1 staat dat er 31% over een fictief rendement moet worden betaald. Die 31% is aan de lage kant, want in het vorige artikel legde ik uit dat bij inkomen uit arbeid (box 1) je al bij €35.000 te maken hebt met een marginale druk van 49,10%. En dan is er ook nog heffing over een fictief rendement in plaats van het werkelijke rendement. Bovendien: waarom zou je meer belasting betalen voor inkomen waarvoor je echt iets moet doen (werken) dan voor inkomen waarvoor je bijna niets hoeft te doen (huis verhuren) behalve al rijk zijn? Gooi liever alle vormen van inkomen op een hoop en belast alles op dezelfde manier, zodat werken netto veel meer oplevert.

Politiek: aangedragen oplossingen van partijen voor bovenstaande variëren. De veelbesproken prins Bernhard belasting van de PvdA wil mensen met meer dan 5 huizen belasting laten betalen over de verhuuropbrengsten in box 1. GroenLinks wil alle inkomsten op dezelfde manier belasten. D66, CDA, VVD, DENK, ChristenUnie en zo nog wel een paar willen gelukkig het werkelijke rendement gaan belasten (zodra dat mogelijk is), wat overigens niet altijd betekent dat rendement even zwaar belast wordt als werken (helaas). Zo staat het volgende in het partijprogramma van de VVD: ‘De vaak gehoorde roep om meer belasting op vermogen en minder op arbeid biedt geen volledige oplossing. We willen ook niet dat het spaargeld, het huis of de oudedagsreserve van grote groepen mensen in beeld komt voor extra belastingen.’

5 reacties op “Box 3: sparen en beleggen & hoe rijken rijker worden”

Heey Nick,

Dank voor je reactie, mooi om te lezen! Ga ik proberen! (Pensioen)beleggen voor beginners staat nog op de planning, maar dat duurt nog even. Suggesties voor andere onderwerpen zijn altijd welkom 🤝

Jacco

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *