Categorieën
Belasting

Box 1: brutoloon, heffingskortingen & marginale druk (2021)

Het Nederlandse belastingstelsel kent verschillende boxen. Box 1 betreft de inkomsten uit werk en woning, box 2 belasting op aanmerkelijk belang en box 3 de belasting op vermogen. Vrijwel alle Nederlanders hebben jaarlijks te maken met box 1 en voor degenen met het nodige vermogen in de vorm van beleggingen of spaargeld is ook box 3 waarschijnlijk wel enigszins bekend. Box 2 is wat minder bekend omdat met name ondernemers daarmee te maken hebben. In dit artikel ga ik dieper in op de werking van box 1 en zal blijken dat die toch niet altijd helemaal werkt zoals velen denken. Vanaf een brutoloon van €36.000 ben je namelijk vaak al bijna de helft kwijt aan belasting voor elke euro die je extra verdient. Tussen €68.507 en €105.736 is het zelfs meer dan de helft (55,5%). Hoe dat kan, leg ik hieronder uit.

Belasting en loonheffingskortingen 2021

Box 1 werkt met belastingschijven (37,10% en 49,5%) die hoger worden naarmate je meer verdient. Een hoger inkomen betekent een hoger percentage aan belastingafdracht. Dit wordt ook wel progressieve inkomstenbelasting genoemd. Hierdoor dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten, een principe dat ook wel het draagkrachtbeginsel wordt genoemd. De belastingschijven veranderen nog wel eens, wat vaak gevolgd wordt met politieke partijen die (al dan niet terecht) melding maken van een mooie belasting besparing. Voor 2021 gelden de volgende belastingschijven:

Schijf

Belastbaar inkomen uit werk en woning

Tarief

1

tot € 68.507

37,10%

2

vanaf € 68.507

49,50%

Belastingschijven 2021

Op basis van bovenstaande zouden we vrij simpel tot de te betalen belasting voor 2020 moeten kunnen komen voor iemand die (inclusief vakantiegeld) €36.000 per jaar verdient, namelijk:

€36.000 * 37,10% = €13.356,00

Netto betekent dat:

€36.000 – €13.356,00 = €22.644

Met bovenstaande berekening zijn we er echter nog niet. Twee concepten zijn hier van groot belang en heb je wellicht voorbij zien komen als je opgelet hebt tijdens de economielessen op de middelbare school. De eerste is de effectieve belastingdruk en de tweede is marginale belastingdruk.

Effectieve belastingdruk: de te betalen belasting als percentage van het brutoloon. In bovenstaand voorbeeld is de effectieve belastingdruk simpelweg 37,10% (€13.356,00 / €36.000).

Marginale belastingdruk: als ik € 1,- meer ga verdienen, hoeveel procent belasting moet ik dan over die ene euro betalen? In bovenstaand geval is ook dat simpelweg 37,10%. Op basis van bovenstaande zouden we namelijk verwachten dat je van elke euro die je extra verdient 0,3710 afdraagt aan de belastingdienst en dus 0,6290 (€1 – €0,3710) in eigen zak mag steken.

Veel mensen gaan er vanuit dat de marginale belastingdruk hetzelfde is als de schijf waar je in zit, maar dit klopt niet. We kennen in Nederland namelijk ook kortingen die belastingplichtigen krijgen en door die kortingen worden de kaarten opnieuw geschud. We zullen zien dat je vanaf een (bruto-)inkomen van €36.000 al bijna de helft (€0,49) mag inleveren voor elke euro die je boven dat bedrag verdient en dat je voor elke euro tussen de €68.507 en €105.736 zelfs meer dan de helft (€0,555) moet afdragen. Voor mensen met een salaris tussen de €68.507 en €105.736 kan het dus interessant zijn om serieus over parttimen te gaan nadenken. Bekijk onderstaande screenshot van deze sheet om vooraf een goed beeld te krijgen van wat er ons te wachten staat. Downloaden en je eigen brutoloon invullen kan uiteraard ook.

Bekijk ook je loonstrook eens en zoek naar ‘% LH TBB’. Dit percentage is niks anders dan je marginale belastingdruk en vertelt je dus hoeveel procent je overhoudt van een extra euro loon. Dit staat helaas niet op iedere loonstrook vermeld.

Loonstrook met ‘% LH TBB’

Loonheffingskortingen

Wellicht heb je de termen arbeidskorting en de algemene heffingskorting eens voorbij zien komen. Deze kortingen worden aan de hand van formules bepaald en worden afgetrokken van het te betalen belasting bedrag. We krijgen dus iets als:

te betalen belasting = te betalen op basis van schijvenstelsel – algemene heffingskorting – arbeidskorting

Op het eerste oog zul je denken: mooi dat we korting krijgen, want ik hoef minder belasting te betalen daardoor. Maar er is meer aan de hand. De hoogte van beide heffingskortingen wordt namelijk aangepast op basis van je (bruto-)inkomen. Zie onderstaande grafiek.

Belasting en loonheffingskortingen 2021

Algemene heffingskorting

Laten we beginnen met de algemene heffingskorting: “De algemene heffingskorting is een korting op uw inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. U betaalt hierdoor minder belasting en premies. Iedereen heeft recht op de algemene heffingskorting. Maar of u volledig gebruik kunt maken van deze heffingskorting, hangt af van uw leeftijd en of u het hele jaar in Nederland hebt gewoond. 

De algemene heffingskorting is afhankelijk van de hoogte van uw inkomen. U krijgt minder algemene heffingskorting als uw inkomen stijgt. De algemene heffingskorting is maximaal het bedrag dat u moet betalen aan inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.

De algemene heffingskorting wordt verminderd met een percentage van uw belastbaar inkomen uit werk en woning. Dit percentage vindt u in de tabellen voor de algemene heffingskorting.” (bron: belastingdienst)

Belastbaar bedrag minimaalBelastbaar bedrag maximaalAlgemene heffingkorting
€ 0€ 20.711€ 2.837
€ 20.711€ 68.507€ 2.837 – 5,977% x (belastbaar inkomen uit werk en woning – € 20.711)
€ 68.507€ 0
Algemene heffingskorting 2021

De oplettende (rekenende) lezer ziet hier al iets vreemds gebeuren: hoe meer je verdient tussen €20.711 en €68.507, hoe minder je korting wordt. Voor elke euro die je extra verdient tussen €20.711 en €68.507 wordt je korting afgebouwd met bijna 6%. Verder valt op dat deze korting afgestemd is op het omslagpunt tussen de twee schijven. Het maximale bedrag wat je mag verdienen om aanspraak te maken op deze korting is €68.507, wat ook het overgangspunt is naar de hogere schijf van 49,50%. Rekenen we verder met €36.000 bruto dan krijgen we een korting van:

€2.837 – 0,05977 * (€36000 – €20.711) = €1.923,18

Trekken we dit van het te betalen bedrag af dan krijgen we een nieuw bedrag dat we mogen overmaken aan de fiscus, namelijk:

€13.356,00 – €1.923,18 = €11.432,82

Wat zien we hier gebeuren? Ten eerste neemt de effectieve belastingdruk af. We krijgen korting en betalen dus minder belasting. We betalen nu €11.432,82 in plaats van €13.356,00. De effectieve belastingdruk wordt nu:

€11.432,82 / €36.000 = 0,317 oftewel 31,70% (was 37,10%)

Aan de andere kant neemt de marginale belastingdruk toe (!): we krijgen voor elke extra verdiende euro tussen €20.711 en €68.507 immers 5,977% minder korting. We pakken ons voorbeeld er weer bij, maar gaan er nu vanuit dat er een (hele kleine) promotie aan zit te komen waardoor het loon van €36.000 naar €36.100 gaat. Reken mee:

Algemene heffingskorting bij €36.000 (zie eerdere berekening): €1.923,18

Om de te betalen belasting in de nieuwe situatie te berekenen, moeten we eerst 37,10% afdragen over de extra verdiende €100,-, wat neerkomt op €37,10. Tellen we dit op bij de eerder verkregen te betalen belasting op basis van de eerste schijf, dan krijgen we de te betalen belasting bij €36.100 volgens eerste schijf:

€13.356,00 + €37,10 = €13.393,10 (of simpelweg €36.100 * 0,371)

Vervolgens kijken we wat er gebeurt met de algemene heffingskorting bij €36.100:

€2.837 – 0,05977 * (€36.100 – €20.711) = €1.917,20.

Merk op dat we dus bijna €6 minder korting krijgen door ons stijgende loon. Nemen we de algemene heffingskorting mee in onze berekening voor de te betalen belasting, dan komen we uit op het volgende bedrag dat we aan de fiscus mogen gaan overmaken bij €36.100:

€13.393,10 – €1.917,20 = €11.475,90

Vergelijken we dit met de €11.432,82 die we moesten betalen bij een bedrag van €36.000, dan zien we dat we €43,08 meer moeten gaan betalen. Ter controle: we lopen door €100 meer te verdienen, dus €5,98 (= €1.923,18 – €1.917,20) aan algemene heffingskorting mis en moeten €37,10 (= €100 * 37,10%) betalen. In totaal betalen we over de €100,- salarisstijging dus:

€5,98 + €37,10= €43,08

De marginale druk €36.000 is door de algemene heffingskorting opgelopen tot €43,08 / €100 = 43,08%. De oplettende lezer had dit al kunnen zien door 5,977% op te tellen bij 37,10%. We zien hier duidelijk dat niet elke euro even zwaar belast wordt. Hiermee zijn we er echter nog niet, want de arbeidskorting speelt eenzelfde soort rol.

Arbeidskorting

Naast de algemene heffingskorting geldt voor werkenden ook de arbeidskorting. “De arbeidskorting is de heffingskorting die u krijgt als u werkt. De arbeidskorting wordt berekend over het arbeidsinkomen. Hebt u een werkgever? Dan houdt hij bij de berekening van de loonheffing al rekening met de arbeidskorting. Als u aangifte doet, hoeft u de arbeidskorting niet apart aan te vragen. Wij berekenen deze automatisch.” (bron: belastingdienst)

Als het kwartje gevallen is bij het vorige gedeelte over de algemene heffingskorting, dan zul je weinig moeite hebben om ook de arbeidskorting te doorgronden. Die werkt namelijk hetzelfde al zijn de formules en grenzen anders dan bij de algemene heffingskorting.

Arbeidsinkomen
hoger dan
Arbeidsinkomen niet
hoger dan
Arbeidskorting
€ 0€ 10.1084,581% x arbeidsinkomen
€ 10.108€ 21.835€ 463 + 28,771% x (arbeidsinkomen – € 10.108)
€ 21.835€ 35.652€ 3.837 + 2,663% x (arbeidsinkomen – € 21.835)
€ 35.652€ 105.736€ 4.205 – 6% x (arbeidsinkomen – € 35.652)
€ 105.736€ 0
Arbeidskorting 2021

Wat valt op in bovenstaande tabel? Voor lage inkomens onder de €35.652 wordt de arbeidskorting steeds hoger naarmate iemand meer gaat verdienen (te zien aan het plusje in de formules). Maar vanaf €35.652 wordt de arbeidskorting weer afgebouwd met 6%. Als je scherp bent, zul je nu beseffen dat de marginale belastingdruk van 43,08% met 6% omhoog gaat bij een brutoloon vanaf €35.652 en dus zal uitkomen op 49,08%. We pakken ons voorbeeld er weer bij en rekenen verder met €36.000 en €36.100 (na “promotie”). De arbeidskorting die we in dat geval bij een brutoloon van €36.000 krijgen is:

€4.205 – 0,06 * (€36.000 – €35.652) = €4.184,12

Bij €36.100 krijgen we een arbeidskorting van:

€4.205 – 0,06 * (€36.100 – €35.652) = €4.178,12

Wat betalen we nou eigenlijk?

Wat betalen we nu echt aan belasting bij een salaris van €36.000 en €36.100? En wat gebeurt er met de effectieve en marginale belastingdruk? We zetten het op een rijtje.

Bij €36.000:

€13.356,00 (te betalen belasting op basis van eerste schijf van 37,10%) – €1.923,18 (algemene heffingskorting) – €4.184,12 (arbeidskorting) = €7.248,70

Nettoloon: €36.000 – €7.248,70 = €28.751,3

Effectieve belastingdruk: €7.248,70 / €36.000 * 100% = 20,1%

Bij €36.100:

€13.393,10 (te betalen belasting op basis van eerste schijf van 37,10%) – €1.917,20 (algemene heffingskorting) – €4.178,12 (arbeidskorting) = €7.297,78

Nettoloon: €36.100 – €7.297,78 = 28.802,22

Effectieve belastingdruk: €7.297,78 / €36.100 * 100% = 20,2%

Marginale belastingdruk bij €36.000: (€7.297,78 – €7.248,70) / €100 (salarisstijging) * 100% = 49,08%

Conclusie

Belastingdruk 2021

De effectieve belastingdruk is bij een brutoloon van €36.000 een stuk lager dan je zou verwachten op basis van de schijf waarin je brutoloon valt, namelijk rond de 20% in plaats van 37,10%. Daar tegenover staat dat je voor elke extra verdiende euro boven de €35.652 niet 37,10% (eerste schijf) betaalt, maar minstens 49,08% (door de afbouw van de loonheffingskortingen). Tussen de €68.507 en €105.736 betaal je zelfs 55,5% voor elke extra verdiende euro omdat je dan in de hoogste schijf van 49,5% valt, én 6% (zie tabel arbeidskorting 2021) van elke euro in moet leveren als gevolg van het afbouwen van de arbeidskorting. Dit levert de vreemde situatie op waarin mensen die meer dan €105.736 verdienen, per euro minder (namelijk €0,495) moeten afdragen dan mensen die tussen de €68.507 en €105.736 verdienen (€0,555). Al met al kunnen we stellen dat de schijf waar in je valt, je niet vertelt hoeveel je erop vooruit gaat als je salaris stijgt omdat de loonheffingskortingen de marginale druk verhogen.

Zie ook: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/09/15/tabellen-marginale-druk-pakket-belastingplan-2021. Let op: in die tabel gaan ze ervan uit dat de eenverdiener een fiscaal partner heeft. Ook zijn in deze tabel de toeslagen meegenomen. Je krijgt hierdoor andere uitkomsten, maar de strekking blijft hetzelfde. De laatste kolom toont de marginale druk, welke (door afbouw van toeslagen en loonheffingskortingen) dus op kan lopen tot maar liefst 86%!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *